In haar bijdrage aan de Wolters Kluwer Copyright Blog bespreekt Landine Varela het vonnis in de zaak Birkenstock tegen Scapino, uitgesproken door de Rechtbank Midden-Nederland. Lees de blog hieronder, die op 19 februari 2026 is gepubliceerd.

Het Duitse bedrijf Birkenstock is bij het grote publiek bekend om zijn sandalen en is regelmatig betrokken geweest bij rechtszaken om zijn ontwerpen te beschermen. Op 12 november 2025 oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland dat de Nederlandse schoenenketen Scapino inbreuk had gemaakt op het auteursrecht van Birkenstock op drie bekende sandaalmodellen (ECLI:NL:RBMNE:2025:5837). Het vonnis werd uitgesproken kort voor de Mio/Konektra-uitspraak van het Hof van Justitie van de EU, maar zou waarschijnlijk dezelfde uitkomst hebben gehad als het erna was uitgesproken – althans, dat is de mening van de auteurs van dit artikel.
Feiten
Birkenstock spande een rechtszaak aan tegen Scapino, waarin het bedrijf stelde dat de verkoop van bepaalde sandalen (de modellen Madrid, Arizona, Florida, Boston en Gizeh) inbreuk maakte op het auteursrecht van Birkenstock. Birkenstock vorderde onder meer een verbod, openbaarmaking van verkoopgegevens en schadevergoeding.
Scapino betwistte de bewering dat de sandalen auteursrechtelijk beschermde werken waren. Volgens Scapino werd het uiterlijk van de sandalen grotendeels bepaald door functionele en technische overwegingen. Daarnaast beriep Scapino zich op het vervallen van rechten, verwijzend naar eerdere correspondentie en de handhavingspraktijken van Birkenstock.
Auteursrechtelijke bescherming?
De rechtbank beoordeelde eerst of de sandalen in aanmerking kwamen voor auteursrechtelijke bescherming. Verwijzend naar gevestigde Nederlandse en EU-jurisprudentie herhaalde de rechtbank dat alleen werken die origineel zijn in de zin van de “eigen intellectuele creatie” van de auteur, beschermd zijn. Dat het ontwerp van een product gedeeltelijk kan worden bepaald door technische of functionele eisen sluit bescherming niet uit, mits de auteur vrij was om creatieve keuzes te maken die zijn of haar persoonlijkheid weerspiegelen.
Op basis hiervan oordeelde de rechtbank dat de modellen Madrid, Arizona en Florida auteursrechtelijk beschermd waren. De rechtbank oordeelde dat bij het ontwerp van deze sandalen creatieve keuzes waren gemaakt, waaronder de vormgeving van de hiel en de tussenzool, de specifieke vorm van de teensteun, de beslissing om de zijkanten van de sandalen onbekleed te laten om het kurken voetbed te tonen, en de manier waarop het bovenwerk aan het onderste deel van de sandaal was bevestigd.
De rechtbank merkte expliciet op dat zij kennis had genomen van de uitspraak van het Duitse Bundesgerichtshof van 20 februari 2025, waarin twee van deze Birkenstock-modellen geen auteursrechtelijke bescherming genoten, maar dat zij in deze zaak tot een andere conclusie was gekomen.
De bescherming werd geweigerd voor twee modellen. Het Boston-model voldeed niet aan de originaliteitsdrempel, aangezien uit de stand van de techniek bleek dat er in 1971 al een klomp met een soortgelijk bovenwerk bestond. Het auteursrecht op het Gizeh-model was op dat moment vervallen onder de toen geldende wetgeving, omdat de Benelux-modelregistratie uit 1983 na vijftien jaar was verlopen en er niet tijdig een instandhoudingsverklaring was ingediend.
Inbreuk
De rechtbank onderzocht vervolgens voor elk beschermd Birkenstock-model of er sprake was van inbreuk. Dit hield in dat de “algemene indruk” van de door Scapino aangeboden sandalen werd vergeleken met de combinatie van kenmerkende ontwerpelementen van de Birkenstock-sandalen.
De vergelijking toonde aan dat Scapino vrijwel alle kenmerkende elementen van elk van de drie beschermde modellen had gereproduceerd. Eventuele verschillen waren nauwelijks merkbaar en beïnvloedden de algehele indruk van de combinatie van ontwerpelementen niet. De rechtbank concludeerde daarom dat er sprake was van auteursrechtinbreuk met betrekking tot alle drie de beschermde modellen.
Verlies van rechten
Het verweer van Scapino op basis van verlies van rechten was gedeeltelijk succesvol. In een sommatiebrief uit 2015 had Birkenstock alleen bezwaar gemaakt tegen de zool van de sandalen, en de partijen hadden overeenstemming bereikt over dat specifieke punt. Scapino mocht er daarom van uitgaan dat Birkenstock geen bezwaar had tegen de rest van het ontwerp.
Dit belette Birkenstock echter niet om op een later tijdstip alsnog haar rechten te laten gelden. Gezien de eerdere overeenkomst oordeelde het Hof echter dat Birkenstock enige terughoudendheid moest betrachten. De sommatiebrief uit 2023, waarin een onmiddellijk verbod werd geëist, werd geacht Scapino onredelijk te benadelen. Scapino had een redelijke termijn moeten krijgen om de sandalen van de markt te halen.
Uitspraak vóór Mio/Konektra
De uitspraak werd gedaan vóór de Mio/Konektra-uitspraak (HvJ EU, 4 december 2025). Tot die uitspraak legden Nederlandse rechtbanken over het algemeen de nadruk op de algehele indruk van het vermeende inbreukmakende werk en het beschermde werk, zij het slechts voor zover de gelijkenis werd veroorzaakt door auteursrechtelijk beschermde elementen.
In Mio/Konektra verduidelijkte het HvJ EU dat voor werken van toegepaste kunst geen andere originaliteitstoets geldt. Bij de beoordeling van inbreuk moet de focus liggen op de vraag of de auteursrechtelijk beschermde creatieve elementen herkenbaar zijn gekopieerd. De “algemene indruk” die elk werk achterlaat, kan niet doorslaggevend zijn bij het vaststellen van auteursrechtinbreuk. Deze verduidelijking heeft naar onze mening geen invloed op de uitspraak van de districtsrechtbank, aangezien vrijwel alle onderscheidende elementen van de Birk